Maarten Vreugdenhil geesteskind ODO werd vijftig

maarten_vreugdenhil_004
Maarten Vreugdenhil (K Xl j)

ODO – Ontspanning door Oefening
Maarten Vreugdenhil (K Xl j) te Dieren was weer in het nieuws. Dit keer niet vanwege zijn verdiensten voor de Stichting Steun Tsjechië, maar omdat vijftig jaar geleden de christelijke korfbalclub ODO – Ontspanning door Oefening – in Maasland werd opgericht. De initiatiefnemer – de toen net 19-jarige oude Maarten Vreugdenhil – blijkt anno 2000 in ODO – kringen en in Maasland niet te zijn vergeten. Duidelijk blijkt dat uit bijna twee pagina’s tekst in een nummer van het huis – aan – huisblad De Schakel, van enkele maanden geleden, met een foto van de nu 69-jarige ODO-oprichter, die nog steeds een trouwe fan is.

korfbal
Eind 1949 was er in Maasland voor meisjes op sportgebied helemaal niets, zo blijkt uit deze publicatie. Er waren enkele jeugdclubs actief. Maarten zegt daarover: ‘In het totaal van de geestelijke en lichamelijke vorming ontbrak een element: het lichamelijke, de sport. Zo is de gedachte geboren om korfbal te gaan spelen, een spel voor zowel jongens als meisjes’.

De oprichtingsvergadering
De oprichtingsvergadering vond plaats op 4 februari 1950. Maarten: ‘Er waren maar net genoeg leden om een twaalftal te formeren’. Over de betekenis van ODO zegt bij: ‘Vanaf het eerste jaar heeft ODO getracht er te zijn voor de Maaslandse bevolking. Daarbij werd breder gekeken dan de eigen korfbalbelangen vereisten. Zo bood ODO in Maasland en verre omstreken de jaarlijkse toneelavonden, nu al 45 jaar achtereen. Er werden kerstbomen verkocht en oud papier opgehaald. De Maaslanders mochten van ODO best de pupillen, aspiranten etc. naar hun uitwedstrijden rijden. Die talrijke hand- en spandiensten, over en weer, hebben ODO en Maasland hecht aan elkaar verbonden’.

de Overgangsklasse
De krant staat bol van informatie over het jubilerende ODO. Maarten Vreugdenhil is trots op de ontwikkeling van zijn geesteskind, één van een flink aantal overigens, waaronder ook onze familiestichting, zoals bekend is. Dankbaar ook omdat hij het ODO-jubileum na vijftig jaar nog mocht meemaken. En wat hem kennelijk ook veel deugd doet is dat twaalf leden van het eerste uur – de vereniging telt er inmiddels meer dan 250 – zijn opgevolgd door een eerste team, dat al enige jaren in de Overgangsklasse speelt, de op één na hoogste landelijke klasse voor korfbal in ons land.